- Kaakgewrichtsklachten: pijn, knappende of krakende kaken
- Niet goed kunnen openen van de mond
- Last bij eten (van harde dingen zoals appels en stokbrood)
- Vermoeide kauwspieren
- Overgevoelige of pijnlijke tanden en kiezen of abnormale slijtage van gebit
- Klemmen van de tanden en kiezen en/of ’s nachts tandenknarsen
- Pijn in het gelaat, kaak of hoofd
- aangezichtsverlamming
- duizeligheid, oorsuizen
- hoofdpijnklachten
- klachten in het hoofd/halsgebied die te maken hebben met spanningsfactoren
- gevolgen van ongelukken en botbreuken, kanker, reuma en andere ziektebeelden met klachten in het hoofd/halsgebied